De wooncrisis begint bij schaarste

Modern low-profile house with glass walls and landscaped garden.

Schrijver

Jolien Geudens

Leestijd

2 min

Categorie

Artikels

De nieuwe cijfers van Fednot tonen dat de Belgische vastgoedmarkt opnieuw beweegt. Meer transacties, meer dynamiek, maar volgens Werner Spranghers is dat geen bewijs dat de betaalbaarheidscrisis voorbij is. Integendeel: zolang het aanbod niet meegroeit met de vraag, blijft wonen voor veel mensen buiten bereik.

Werner legt de vinger op een gevoelig punt. Het woondebat in Vlaanderen gaat vandaag vooral over bescherming: hoe beschermen we kopers, hoe beschermen we huurders, welke premies en normen leggen we op? Veel minder over de eigenlijke kern van het probleem: er worden te weinig woningen gebouwd, en zeker te weinig op plekken waar mensen écht willen wonen. Het aantal huishoudens blijft stijgen en ze worden kleiner, een structurele vraag waar het aanbod simpelweg niet op volgt.

Hij verwijst naar Geel als voorbeeld van een stad die relatief betaalbaar bleef, precies omdat het aanbod er vlotter kon volgen. De les is eenvoudig: waar bouwen sneller en voorspelbaarder kan, blijft de prijsdruk beperkt. Waar procedures traag en onzeker zijn, belandt die onzekerheid in de prijs.

Ook interessant: zijn nuance over nieuwbouw in het hogere segment. Wie naar een nieuw appartement verhuist, laat elders een woning achter, zo ontstaat doorstroming die uiteindelijk ook starters en middenhuurders ten goede komt. De koop- en huurmarkt zijn geen gescheiden werelden.

Een scherpe, realistische kijk op waar het woondebat volgens hem écht over zou moeten gaan: sneller vergunnen, meer bouwen, en regels inzetten als instrument, niet als vervanging voor woonbeleid.